Begrippenlijst voor chemie studenten

Activeringsenergie
De activeringsenergie is de energie die ten minste nodig is om de overgangstoestand te bereiken.

Actuele concentratie
De actuele concentratie is de hoeveelheid in mol deeltjes dat feitelijk per liter aanwezig is. Symbool voor een component B: [B].

Adsorptie
Adsorptie is een scheiding door middel van aanhechting (meestal aan actieve kool).

Aggregatietoestand
De aggregatietoestand van een stof is vast, vloeibaar of gasvormig. De toestand hangt af van temperatuur, druk en aantrekkingskrachten tussen de deeltjes.

Amfolyt
Stof die als zuur reageert in aanwezigheid van een base en basisch in aanwezigheid van een zuur

Amfoteeroxide
Een amfoteer oxide is een oxide dat in zure omgeving als basisch oxide reageert en in een basische omgeving als zuur oxide reageert.

Analytische chemie
De analytische chemie houdt zich bezig met het doen van metingen, het bepalen van gehaltes en concentraties.

Analytische concentratie
De analytische concentratie is de hoeveelheid stof uitgedrukt in mol, die per liter is opgelost. De deeltjes zelf hoeven niet aanwezig te zijn, bijvoorbeeld c(HCl) in water, geeft wel de analytische concentratie maar de moleculen HCl zijn niet feitelijk aanwezig, zij hebben gereageerd met water.

Anorganische chemie
De anorganische chemie onderzoekt bouw en eigenschappen van de niet-koolstofverbindingen.

Atomaire massa-eenheid
De massa  van 1/12e deel van het koolstof isotoop 126C

Atoom
Een atoom is het kleinste deeltje van een element.

Atoommassa van een element
De atoommassa van een element is het gewogen gemiddelde van de atoommassa’s van de aanwezige isotopen.

Atoommassaconstante
De atoommassaconstante  is 1/12e deel van de massa van een atoom C-12.

Base
Stof waarvan de deeltjes één of meer protonen per deeltje kunnen binden.

Basisch oxide
Een basisch oxide is een oxide dat met water een hydroxide geeft of door verwarming uit een hydroxide wordt vrijgemaakt

Basisch zout
Dubbelzout dat naast een gewoon zuurestion één of meer OH–ionen bevat.

Biochemie
De biochemie bestudeert chemische processen in levende organismen.

Buffer
Een bufferoplossing is een oplossing van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base samen.

Buffercapaciteit
De buffercapaciteit is de hoeveelheid (mol) sterk zuur of sterke base dat per 1 liter nodig is om de pH-waarde met één eenheid te veranderen.

Centrifugeren
Centrifugeren is een scheidingstechniek die berust op verschillen in dichtheden van de stoffen.

Chemie
Chemie is de studie naar de aard en de samenstelling van stoffen.

Chemisch evenwicht
Een reversibele reactie, die naar links even snel verloopt als naar rechts.

Chemische binding
Chemische binding komt tot stand doordat atomen de stabiele toestand van 4 elektronenparen per atoom in de buitenste schil verkrijgen (edelgasconfiguratie).

Chemische reactie
Een chemische reactie is en proces waarbij de reagerende stoffen verdwijnen. Er ontstaan dan nieuwe stoffen.

Colloïdale oplossing
Een colloïdale oplossing bestaat uit oplosmiddel waarin zeer kleine vaste deeltjes zweven.

Configuratie
Ruimtelijke bouw van het molecuul.

Conformatie
Toevallige ruimtelijke toestand van het molecuul.

Constante van Avogadro
De contante van Avogadro, symbool: NA, is gelijk aan het aantal deeltjes in een mol: 6,022 x 1023

Destilleren
Destilleren is eerst koken en dan condenseren in één bewerking.

Dialyse
Dialyse is een scheiding op basis van de verschillen in deeltjes grootte.

Dichtheid
De dichtheid van een stof is de massa gedeeld door het volume.Veel gebruikte eenheid: g/mL.

Dubbelzout
Zout met meer dan twee verschillende ionen, dat in water in de samenstellende ionen uiteenvalt.

Edelgasconfiguratie
Edelgasconfiguratie is de stabiele toestand van 4 elektronenparen in de buitenste schil van het atoom.

Elektrolyse
Elektrolyse is de ontleding van een verbinding door middel van elektriciteit.

Elektronegativiteit
De elektronegativieit (EN-waarde) geeft aan hoe sterk een atoom een bindend elektronenpaar aan zich bindt.

Elektronenformule
Getekend model van een molecuul waarbij de va¬lentie-elektronen met stippen worden aangegeven

Elektrovalentie
Elektrovalentie is het aantal elektronen dat een atoom afstaat om een positief ion te worden, of opneemt om een negatief ion te worden

Element
Een element is een zuivere stof die chemisch niet gesplitst kan worden in verschillende componenten.

Elementaire deeltjes
Elementaire deeltjes zijn: protonen, neutronen en elektronen.

Emulsie
Een emulsie bestaat uit vloeistofdruppeljes, verdeeld in een andere vloeistof. Bijvoorbeeld mayonaise: oliedruppeltjes in water.

Endotherm
Een reactie is endotherm als er tijdens de reactie warmte wordt opgenomen

EN-waarde
Eigenschap van een atoom die bepaalt hoe de bindende elektronen tussen de atomen verdeeld zijn als het atoom een binding met een ander atoom heeft.

Exotherme reactie
Een exotherme reactie is een reactie waarbij warmte vrij komt.

Extractie
Extractie is een scheiding door verschil in oplosbaarheid in twee niet mengbare vloeistoffen A en B. De ene stof lost beter op en A de andere stof lost beter op in B.

Fotolyse
Fotolyse is de ontleding van een verbinding door middel van licht.

Fotosynthese
Fotosynthese is de omzetting van koolstofdioxide en water tot koolhydraten en zuurstof door planten, onder invloed van licht.

Functionele groep
Atoom of atoomgroep in het molekuul die bepalend is voor de chemische en fysische eigenschappen van het molekuul.

Fysische chemie
De fysische chemie bestudeert de natuurkundige eigenschappen van stoffen.

Fysische scheidingstechniek
Een fysische scheidingstechniek is een procedure waarbij stoffen van elkaar worden gescheiden door verschillen in fysische (natuurkundige) eigenschappen.

Geconjugeerd zuur/basepaar
Zuur met de base die eruit ontstaat; geconjugeerd = bijelkaar horend.

Gehydrateerde ion
Ion met een mantel van polaire watermoleculen

Groep
Een groep is een kolom van boven naar beneden in het periodiek systeem, elk atoom in deze kolom heeft hetzelfde aantal valentieelektronen

Homologe reeks
Groep verbindingen waarvan de opeenvolgende moleculen een methyleengroep (-CH2-) van elkaar verschillen.

Indifferent oxide
Een indifferent oxide is een oxide dat niet uit een zuur of hydroxide gemaakt kan worden en waaruit geen zuur of hydroxide kan ontstaan.

Ionbinding
Een ionbinding ontstaat door elektronenoverdracht tussen atomen, er ontstaan ionen die bijeen blijven in een kristalrooster door de onderlinge aantrekking van + en -.

Jodometrie
Indirecte titraties met natriumthiosulfaat (Na2S2O3) in de buret en kaliumjodide als hulpstof die met de oxidator reageert.

Koolstofverbindingen
Stoffen van koolstof die worden gewonnen uit: planten, dieren, steenkool en aardolie.

Koolwaterstoffen
Koolstofverbindingen van uitsluitend koolstof en waterstof.

Kristallisatie
Kristallisatie is eenscheidingstechniek waarbij gebruik wordt gemaakt van het verschil in oplosbaarheid tussen stoffen, de minst oplosbare stof kristalliseert uit.

Massafractie
de massafractie is de massa opgeloste stof gedeeld door de totale massa van de oplossing.

Massapercentage
Het massapercentage is de massafractie maal 100:  wB  x  100%   (%(m/m)).

Mengsel
Een mengsel bestaat uit deeltjes van verschillende zuivere stoffen.

Metaalcomplex
Stof waarvan de deeltjes zijn opgebouwd uit een centraalatoom (of positief ion) waaromheen moleculen of negatieve ionen gerangschikt zijn.

Mol
Mol is een chemische eenheid voor hoeveelheid stof. Één mol is de hoeveelheid stof waarin evenveel deeltjes zijn als er atomen zijn in 0,012 kg koolstof 12.  1 mol = 6,022 x 1023 deeltjes

Molaire massa
De molaire massa is de massa van 1 mol atomen of moleculen, uitgedrukt in g/mol. De molaire massa is in gram gelijk aan de atoom- of molecuulmassa in u.

Molariteit
De molariteit is een veel gebruikte term voor: analytische concentratie. De hoeveelheid stof uitgedrukt in mol, die per liter is opgelost.

Molecuul
Een molecuul is een deeltje dat ontstaat door vereniging van atomen.

Molecuulformule
De molecuulformule is het symbool dat het aantal en de soort atomen in een molecuul geeft.

Molecuulmassa
De molecuulmassa is de de som van de atoommassa’s in een molecuul.

Molekuulstructuur
Volgorde van de atomen en de wijze waarop ze gebonden zijn.

Neutraliseren
Reactie tussen hydroniumionen en hydroxiden

Ontleding
Ontleding is de de chemische splitsing van een zuivere stof, hierbij ontstaan nieuwe stoffen met nieuwe eigenschappen

Oplosvergelijking
De oplosvergelijking toont hoe een stof in water in ionen uiteenvalt.

Organische chemie
De organische chemie bestudeert stoffen waarvan koolstof het hoofdbestanddeel is

Oxidatiegetal
Denkbeeldige lading van een atoom als je de bindende elektronen toekent aan het atoom met de hoogste EN-waarde.

Oxidatiereactie
Reactie die laat zien dat de reductor geoxideerd wordt.

Oxidator
Deeltje dat elektron(en) opneemt.

Papierchromatografie
Papierchromatografie is een scheiding door verschillen in aanhechting aan het papier en verschillen in oplosbaarheid in het loopmiddel.

Pauli-principe
Het Pauli-principe zegt dat een atoomschil maximaal 2n2 elektronen kan bevatten. n is het schilnummer (en hoofkwantumgetal).

Periodiek systeem
Het periodiek systeem is de ordening van de atoomsoorten waarin in een periode (rij van links naar rechts) er steeds een proton en een elektron bijkomt.

Permanganometrie
Titraties met kaliumpermanganaat in de buret.

Pi-binding (π-binding)
Elektronenpaar langs de verbindingsas tussen beide atomen.

Protolysegraad
Deel van de moleculen dat geprotolyseerd is.

Protolysereactie
Een protolysereactie is een reactie waarbij een proton (H+) overgaat van het ene deeltje op het andere.

Pyrolyse
Pyrolyse is een ontledingsreactie door warmte.

Reactiesnelheid
De reactiesnelheid is de toe- of afname van een concentratie per tijdseenheid. De reactiesnelheid hangt af van: temperatuur, verdelingsgraad, concentraties, de aard van de stoffen, de aanwezigheid van een katalysator en licht.

Redoxreactie
één of meer elektronen verhuizen van het ene deeltje naar het andere.

Reductiereactie
Reactie die laat zien dat dat de oxidator gereduceerd wordt.

Reductor
Deeltje dat elektron(en) afstaat.

Relatieve atoommassa
De relatieve atoommassa is de verhouding tussen de gemiddelde nuclidemassa van een atoom en het 1/12e deel van een atoom 126C.

Sigmabinding (σ-binding)
Een sigmabinding is een chemische binding gevormd door een elektronenpaar (molecuulbaan) tussen de atoomkernen, op de as tussen die kernen.

Spanningsreeks
Metalen in een volgorde zó dat de neiging om een positief ion te vormen afneemt.

Sterk zuur
Zuur waarvan vrijwel alle zuurmoleculen hun proton aan het water overdragen.

Structuurisomerie
Verschijnsel dat voor één brutoformule meer dan één structuur mogelijk is.

Sublimeren
Sublimeren is eerst vervluchtigen en dan rijpen in één bewerking.

Suspensie
Een suspensie bestaat uit oplosmiddel met hierin verdeeld grotere deeltjes dan die in een colloïdale oplossing.

Synthese
Een synthese is een verbindingsreactie, uit twee of meer soorten moleculen/atomen ontstaat een nieuw molecuul.

Terugtitratie
Titratie waarbij men een overmaat reagens aan de te bepalen component toevoegt. Het deel van de toegevoegde hoeveelheid die niet reageert met de te bepalen component wordt teruggetitreerd.

Thermolyse
Thermolyse is de ontledingsreactie door warmte veroorzaakt.

Verbinding
Een verbinding is een zuivere stof die chemisch gesplitst kan worden in verschillende nieuwe stoffen met verschillende eigenschappen.

Verbrandingsreactie
Reactie met zuurstof onder vuurverschijnselen.

Vervloeien
Opname van water door een kristal.

Verweren
Verlies van kristalwater uit  kristallen. De kristallen verliezen hierbij hun kristallijne uiterlijk.

Waterstofbinding (H-brug)
De waterstofbinding (H-brug) is een een zwakke chemische binding tussen twee moleculen waarbij een H-atoom, afkomstig van een elektronegatief element in het ene molecuul, een binding aangaat met een vrij elektronenpaar van een elektronegatief atoom in het andere molecuul.

Wetenschappelijke notatie
De wetenschappelijke notatie schrijft men als: één cijfer vóór de komma en een macht van 10 erna.

y-straling
y-straling (gammastraling) is elektromagnetische straling met heel korte golflengte.

Zout
Verbinding van metaalionen met zuurrestionen

Zuivere stof
Een zuivere stof bestaat uit één soort deeltjes, alle aanwezige deeltjes behoren tot betreffende stof.

Zuur
Stof waarvan de moleculen (of ionen) één of meer protonen kunnen afstaan.

Zuur oxide
Een zuuroxide is een oxide dat met water een zuur geeft of door verwarmen uit een zuur wordt vrijgemaakt.

Zuurzout
Dubbelzout dat naast een metaalion één of meer protonen bevat.

Zwak zuur
Zuur waarvan slechts een deel van de zuurmoleculen hun proton aan het water overdragen.

α-straling
α-straling is radio-actieve straling die bestaat uit heliumkernen

β-straling
b-straling is radio-actieve straling die bestaat uit elektronen (β–straling) of uit positronen (positieve equivalenten van elektronen, β+-straling).